Minister Helder (Langdurige Zorg en Sport) overweegt een maximumnorm in te stellen voor het aantal zzp’ers. Ze denkt aan een maximumpercentage van 10 of 20 procent in een zorgorganisatie. Helder: “We zijn met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan het kijken hoe we het aantal zzp’ers in de zorg kunnen terugdringen.”
“Ik maak me zorgen over het hoge percentage zzp’ers in de zorg”, zegt Helder in een interview met Zorgvisie. “Het is vaak niet meer proportioneel.” Ze onderzoekt nog of dat percentage een ‘streefscore’ moet worden of een norm waaraan zorginstellingen zich moeten houden. VWS verkent hoe een dergelijke norm kan worden vormgegeven.
Om het aantal zzp’ers in de zorg verder terug te dringen, spreekt de minister de bemiddelingsbureaus ook aan op hun wervingsmethoden. “Studenten die nog op school zitten, worden vaak al gebeld door bureaus nog voordat ze een diploma hebben”, weet Helder: “Ik vind dat echt stuitend. Ik heb die bureaus daarop aangesproken. We zijn bezig om een gedragscode te schrijven om dit voortaan te voorkomen.”
Ten koste van kwaliteit
Volgens Helder gaat een hoog percentage zzp’ers ten koste van de kwaliteit. “Daar zitten mijn zorgen. Teveel zzp’ers zorgen voor discontinuïteit. Bijvoorbeeld in de gehandicaptenzorg luistert het heel nauw dat er vaste gezichten zijn. Dat geldt ook voor kwetsbare ouderen met bijvoorbeeld dementie. Ook gaan er met veel zzp’ers bij de overdracht eerder zaken fout, of bij observatie van je patiënten. Bovendien willen mantelzorgers graag een vast aanspreekpunt.”
Verantwoordelijkheid neerleggen
Helder: “Voor mij speelt mee dat hoe meer zzp’ers er zijn, des te meer je je eigen vaste mensen belast. Die krijgen dan de incourante diensten. Je legt bij hen ook meer verantwoordelijkheid neer voor de kwaliteit van de zorg.”
De minister wijst zzp’ers op de risico’s van hun positie: “Ze zijn zich vaak niet bewust van de aansprakelijkheid die ze moeten regelen, zoals bijvoorbeeld het klachtenrecht.”